Het college van B&W in Rotterdam laat bij de komende verkiezingen een spaarpot achter van 160 miljoen euro. Bij de start van de collegeperiode was vier jaar geleden 134 miljoen begroot. Dat was hetzelfde bedrag dat de coalitie Leefbaar-CDA-D66 in 2014 had geërfd. De spaarpot is – ter voorkoming van misverstanden – niet om uit te geven. Het is het stedelijk weerstandsvermogen, het zogenaamde rampenfonds.

Adriaan Visser, de wethouder van financiën, gaat ervan uit dat mede door de herstelde conjunctuur de pot zou kunnen oplopen naar 200 miljoen. Dat is het trouwens het ideale getal voor een stad als Rotterdam, maar vanwege de crisis lange tijd niet haalbaar geweest.

Tegenover het goed gevulde weerstandsvermogen is het eigen vermogen gedaald, terwijl juist de financieringsbehoefte toeneemt. Bij de start van het college in 2014 heeft het college te maken gehad met enkele tegenvallers. Daarvan is 40 miljoen later weer aangevuld met bezuinigingen op de ambtelijke organisatie en 21 miljoen op inkoop ‘’terwijl de dienstverlening voor de Rotterdammers op orde is gebleven’’, aldus Adriaan Visser.

Laat een reactie achter