Capels Dagblad | Rotterdams Klimaatakkoord: 350.000 banen weg?

Rotterdams Klimaatakkoord: 350.000 banen weg?

mainImage
Inzet: raadsleden Simons en Koster

door Jan D. Swart

In het Rotterdamse klimaatakkoord is zelfs niet de minste informatie over de effecten van de maatregelen op de arbeidsmarkt en werkgelegenheid te vinden. Dat is het bezwaar dat Leefbaar Rotterdam heeft op de weldadigheid van de 49 klimaatdeals. Wel staat aan het einde van ieder hoofdstuk een doorrekening van de effecten die de voorgestelde maatregelen hebben op de uitstoot van CO2.

In het voorwoord van het Klimaatakkoord noemt wethouder Bonte de energietransitie ‘het vliegwiel voor nieuwe bedrijvigheid en extra banen’ en ook bij de ‘Facts & Figures’ las de fractie van Leefbaar Rotterdam de vreugdezin van ‘extra banen’, maar ‘’op onze vraag welke gevolgen klimaatdeals van de klimaattafel Haven en Industrie hebben op de werkgelegenheid’’, schrijven de raadsleden Simons en Koster, ‘’gaf tijdens een technische sessie van de commissie EDEM de plaatsvervangend voorzitter van de klimaattafel aan dat dit aspect bij het opstellen van het plan niet als zodanig aan de orde was geweest.’’

Huh.

Ook vorig jaar – toen volgens Leefbaar TNO onder druk van het CPB z’n jubelgevoel over de banenmachine inslikte – kon het Rotterdamse college hierover ‘’geen begin van een antwoord geven. Hetzelfde lijkt nu te gelden voor de arbeidsmarktontwikkelingen als gevolg van het Rotterdamse klimaatakkoord.’’

Sterker nog: ‘’In het Uitvoeringsplan Energietransitie gaf het college vorig jaar zelf aan dat een groot deel van de 180.000 havengerelateerde banen op de tocht staat. Een uiterst conservatieve schatting aangezien het Havenbedrijf zelf spreekt over 385.000 banen die direct of indirect aan activiteiten verbonden zijn. Wat hier allemaal concreet voor terugkomt blijft in het ongewisse’’, meldt het Leefbaar-duo, dat dit vooruitzicht schokkend vindt en vreest dat de Rotterdamse beroepsbevolking, die disproportioneel bestaat uit praktijkopgeleiden, ‘’extra hard geraakt zal worden bij het verdwijnen van huidige industriële bedrijvigheid.’’

In een brief aan Bonte vragen Simons en Koster opheldering over de cijfers en sluiten zij hun bezorgdheid af met het verzoek of Bonte voortaan ‘’dergelijke framing achterwege kan laten zolang hij geen concrete informatie kan overleggen over de effecten van zijn plannen op de arbeidsmarkt.’’