Capels Dagblad | Irritante deugfietsers
mainImage

Irritante deugfietsers

9 augustus 2021, 20:07 uur
Columns, IJsselmondeNieuws, NieuwsopBeeld, Echwel Rotterdam

Mensen die van zichzelf vinden dat ze moreel en soms intellectueel verheven zijn boven anderen (het plebs) hebben de neiging hun superioriteit te tonen. Openlijk koketteren ze met het lidmaatschap van deugpolitieke partijen, deugkranten en deugomroepen. Zodra ze iemand zien, getuigen ze van hun levenshouding met een soort geheimzinnige glimlach. Die glimlach verraadt: hier loopt een deugdzaam mens.

Laten we voorop stellen, dat daar niets mis mee is; er is echter een keerzijde aan die voor hen zo begerenswaardige medaille: Deugmensen hebben anderen nodig om te deugen! Hoog bestaat alleen bij laag, nat alleen bij droog en goed alleen bij slecht.

Daarbij varieert het begrip deugen. In nazi Duitsland deugde je als je blond was, een uniform droeg en graag zingend in groepsverband marcheerde. In het Oostblok als je arbeider was, partijlid en gehoorzaamde aan het regiem. In China als je boer was, partijlid en voortdurend in het openbaar het Rode boekje las. Dat hield tevens in dat mensen die niet aan dit profiel voldeden vogelvrij waren. Ten eerste werden ze aan een onaflaatbare stroom propaganda blootgesteld en geïndoctrineerd. Werkte dat niet, dan werd uit een ander vaatje getapt. Alle drie de genoemde regiems kenden “heropvoedingskampen” waar de staatsdeugdzaamheid er meedogenloos in geramd werd.  

Gedwongen deugzaamheid

Gelukkig kennen wij deze uitwassen niet, maar we moeten wel oppassen, want de gedwongen deugdzaamheid rukt op. Roken is bijna crimineel, vleeseten is onbehoorlijk, alcohol wordt duurder, de houtkachel vervuilt, vliegen is alleen voor politici en gemotoriseerd vervoer lijkt een zonde. Om dat laatste is het mij te doen.

In de zomer is het eiland Schouwen een magneet voor fietsers. Van heinde en ver komen de sportievelingen de fietspaden bezetten. De Duitsers herkennen we aan de helmpjes en de gewoonte op het fietspad met elkaar te overleggen welke route te vervolgen (liefst onderaan een duin). Ook zien we fietsers, die geweldig veel bagage meevoeren. Zowel aan de voor- als achterwielen zitten zakken met spullen geplakt; meestal fietsen ze zwoegend. Een ander verschijnsel is de hondenaanhanger, waarin de trouwe viervoeter angstig hijgend wordt meegevoerd. Kortom vogels van diverse fietspluimage.

Ik weet dit zo goed, omdat ik me regelmatig tussen hen begeef met mijn  elektrische scooter. Vaak leidt mijn komst tot irritatie, want men blijft gewoon naast elkaar fietsen. Ik vraag me dan af: “Wat heb je nou op de fiets nog met elkaar te kletsen als je de hele dag op elkaars lip zit in een tent of bungalow?''

Vier ventieltjes

Nou is toeteren geen optie, want die is veel te hard en veroorzaakt schrikreacties: maar ik ben niet te horen, mijn scooter is geluidloos! Ik hoest dus veel en zie dan dat men geïrriteerd langzaam achter elkaar gaat fietsen. Het is een dilemma natuurlijk, want ik vervuil niet. Sterker nog daardoor ben ik eigenlijk net als iedere fietser deugdzaam! Het blijft echter behelpen en op de rijbaan rijden kan alleen in 30 km zone’s.

Zondagmiddag heb ik echter de keerzijde van het deugfietsen voor 100% aan den lijve ondervonden. Dit keer niet op de scooter, maar in een vervuilende auto: mijn knalrooie Suzuki. We waren op weg naar de Oosterschelde om heerlijk een palinkje (foei) op te peuzelen, onder het genot van een wijntje (eerst wijn, want palingsmaak overheerst).

Op een dijk, waar auto’s elkaar kunnen tegenkomen en dan nog ruimte hebben, fietsten twee dames en twee heren. Niet twee aan twee, maar met zijn vieren naast elkaar. Langzaam naderde ik, maar ze wilden van geen wijken weten. Toen ik uiteindelijk toch maar claxonneerde kreeg ik nog net geen middelvinger. Men bleek niet genegen ook maar een meter te wijken en fietste stoïcijns door.

Uiteindelijk aangekomen op de plek van bestemming zag ik dat de fietsers afstapten en een terras opgingen.

Ik stond op en wilde ernaar toe lopen. Mijn vrouw kent me goed en zei: “Je gaat ze niet de waarheid vertellen.”

”Hun fietsen staan er toch” antwoordde ik: ”Ik hoef maar vier ventieltjes mee te nemen.”

“Als je dat maar uit je kop laat” kreeg ik te horen.

Ik heb maar naar Nel geluisterd: Zij deugt namelijk echt!