Capels Dagblad | Het geluk van de goedang
mainImage

Het geluk van de goedang

19 maart 2020, 23:45 uur
Columns

In principe is het eenvoudig. Wie een goedang heeft en onderhoudt, die hoeft niet te hamsteren. Dan ga je eens per dag met je sleutelmandje naar de goedang en kiest wat nodig is die dag. Maar in Nederland hebben de huizen nauwelijks nog kasten.

Ja, keukenkastjes. Kleine hokjes, ongeschikt om een basisvoorraad aan te leggen. In mijn rechterkeukenkastje staan pakken thee en brokjes voor Bert. Links beschuiten en dergelijke, plus de potjes vitaminen. Onderkant rechts serviesgoed, onderkant links varia. Waar moet ik mijn 47 rollen wc-papier laten?

In plaats van me in de paniek te storten, zoek ik afleiding. Dat werkt redelijk. Ik lees in oude Indische romans over de njonja besar die dagelijks aan het personeel de benodigdheden uitgeeft. Dat tekent zij aan op een leitje, de voorloper van het Excelsheet. Er wordt ook vers gekocht, wat weer een aantekening oplevert in het kasboek. Een goed systeem. Het werkt. Nooit tekort. Zakken rijst en suiker, blikjes en busjes met van alles, flessen en flesjes, gedroogde vis en bonen, gevulde weckpotten, wie vooruit kijkt, die heeft wat.

Ooit stond ik in Toko Semarang en tuurde rond met half-dichtgeknepen ogen. Toen dacht ik: zo moet een goedang er ongeveer uit hebben gezien. Hmmm, ja.

Waarom hebben we hier geen huizen meer met kasten in de muur of een kelder? Ik zie die alleen nog in oudere huizen, waarin de aanwezigheid van een gezin vanzelfsprekend was. Nu zijn we solistischer, we wonen vaker alleen en willen meer ruimte voor onszelf. Ergens in deze ontwikkeling zijn de ingebouwde kasten verdwenen. Het was misschien te duur om te maken of te ouderwets, net als kelders en zolders. Zelf heb ik een kleine berging, nauwelijks een vertrek, waar de wasmachine staat en tassen vol spullen die ik niet nodig heb maar waar ik toch veel van hou. Misschien kan ik er nog tien blikken bonen kwijt, maar zeker geen honderd. En gezien de onzekerheid des levens momenteel, is honderd eigenlijk beter. Kon ik het betalen, dan zette ik er duizend blikken neer, met tien blikopeners, en dan twintig megazakken brokken voor Bert. Maar dit is de tragiek van het hamsteren: met de toename van de voorraad, neemt ook de eigen angst toe.

Dat is dus de opdracht. Leven met een beetje vertrouwen in supermarkten, voor de eigen gemoedsrust afzien van hamsteren. En dagdromen over het geluk van een goedang.

https://www.indischeschrijfschool.nl